St. Lambertus Gemonde


de geboorte van Jezus

Plaats in de kerk: apsis priesterkoor, venster geheel links
Wilhelm Derix, Goch, Duitsland, 1926-1927

Het verhaal

Jozef reist met zijn zwangere vrouw Maria vanuit Nazareth naar Bethlehem, omdat hij zich volgens een besluit van keizer Augustus moet laten registreren in de plaats waar hij vandaan komt. In Bethlehem blijkt in de herberg geen plaats voor hen en daarom bevalt Maria in een stal van haar kind.

In de omgeving bevinden zich herders, die in de nachtelijke uren waken bij hun kudde op het veld. Zij worden bezocht door een engel Gods en schrikken hevig. Maar de engel blijkt gekomen om het goede nieuws te brengen dat in de ‘stad van David’ een redder is geboren, door God gezonden met een hoopvolle boodschap voor de mensheid. Volgens de engel zullen de herders het pasgeboren kind vinden gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe. Zij spoeden zich naar Bethlehem en vinden daar Maria, Jozef en het kind, zoals de engel heeft gezegd.

Zij vertellen wat hun is overkomen en iedereen die het hoort is verwonderd.

De afbeelding

Op de voorgrond knielt moeder Maria bij haar zojuist geboren baby Jezus, die in een voederbak ligt. Rechts staat Jozef, de verloofde van Maria, met de handen gevouwen. Hij kijkt liefdevol naar moeder en kind. Op de achtergrond bevindt zich een ruïneuze stal met de os en de ezel. Hierboven zweeft een gracieuze engel die een spreukband heeft uitgerold met daarop de tekst: ‘GLORIA IN EXCELSIS DEO’. (Ere aan God in de hemel.)

Het kleurgebruik is gevarieerd, bijna expressief. Het blauwe kleed van Maria gaat gedeeltelijk schuil onder een lange witte mantel. Zij heeft lange blonde haren. Het kind ligt met de armpjes gespreid in witte doeken. Alle wittinten rond Maria en Jezus zorgen voor enige verstilling in dit deel van het raam. Hierachter gloeit het rood van Jozefs gewaad. In veel verhalen over Jozef wordt hij als een kleurloze man geschetst. Niet terecht, vindt blijkbaar de glaskunstenaar.

De os en de ezel verwijzen naar een profetie in het Bijbelboek Jesaja. God waarschuwt daar het joodse volk: “Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen mij in opstand gekomen. Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.”

Naar aanleiding van deze tekst plaatste men de os en de ezel bij de kribbe om ons eraan te herinneren dat beesten vaak trouwer zijn dan mensen. Men dacht aan nog iets anders: de os werd beschouwd als een rein dier en de ezel als onrein. Hun aanwezigheid maakte duidelijk dat zowel het reine volk (joden/de herders) als het onreine volk (heidenen/de magiërs) Jezus erkende als zijn nieuwe Heer.

Boven de engel met zijn opvallende violetkleurige vleugels staan sterren in de donkerblauwe hemellucht. De bovenste ster is wat groter: dat moet de ster van Bethlehem zijn die de drie magiërs uit het oosten naar de pasgeboren nieuwe koning zal leiden.

Onder de voorstelling staat een citaat uit het evangelie (met schrijffout!): ‘VERBUM CARO FACTUM EST ET HABITAVIT IN ONBIS’. Correct is: NOBIS in plaats van ONBIS. (Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.)

meer informatie :


volgende : De wijzen uit het Oosten
vorige : de verering van Lambertus

kerstmis

klik op foto voor vergroting